In het Noorden van Portugal, in de imposante Serra do Marao, ligt een klein bergdorp. Daar in dat buurtschap - want zo kun je het beter noemen - wordt hard gewerkt door voornamelijk boeren en bouwvakkers. En van tijd tot tijd werkte er - want het is al weer heel lang geleden - een kunstenaar uit Holland, in een op eenvoudige wijze tot atelier omgetoverde quinta. Mijn inspiratie haalde ik daar uit de lucht. Soms knetterblauw, soms grijzer dan grijs. Het kon er spoken, dagenlang regenen en zwaar misten. Maar altijd was er dan ooit weer de stralende zon. Mijn inspiratie haalde ik ook uit de sterke afwisseling die er triomfantelijk regeerde, uit de sterke contrasten. Het eenvoudige platteland, met zijn chaos van zwerfvuil, tegenover de stad, waar de duiven neerstreken op de mooiste architectonische schoonheden en waar prettige, esthetisch zeer verantwoorde promenades ontstonden door het gebruik van de befaamde kleine Portugese zandkleurige kiezelkeitjes. Ja, het is waar, de Portugese architectuur kon zeker op mijn liefde rekenen. Maar terug naar het platteland. Hier in dit authenthieke, robuuste gebied keek ik de kunst van de eenvoud schaamteloos af van mijn mede-dorpsbewoners. Mijn schildersezel maakte ik van wat hout dat ik om mij heen vond. Waarom zou ik moeilijk doen?